Met een glimlach in de hel, de extreme topsport van Florian Niesten

Fysiek
Lifestyle
Mentaliteit
Achtergrond
een bijdrage van
Henk-Maarten Chin

"Wat ga je doen?!

"Ik ga meedoen aan de Marathon des Sables, 250 kilometer in 7 dagen rennend en lopend afleggen in de Sahara in Marokko"

'Oke..."

De eerste keer dat ik hoorde van de avonturen van de 31-jarige Florian Niesten, in het normale leven succesvol bankmanager, was ik verrast maar ook meteen zeer nieuwsgierig. Wat bezielt deze man, waarom doet hij dit en wat is zijn levensstijl? Hoe bereidt hij zich voor? Wat levert het deelnemen aan zulke extreme evenementen op in iemand zijn leven in het algemeen? Ik trof Florian ruim een jaar later in zijn ruime appartement in Amsterdam nadat hij gelukkig veilig en wel was teruggekeerd van zijn dodemans race in de Sahara.

Wat heeft je ertoe aangezet om te gaan deelnemen aan de Marathon des Sables?

Ik was vroeger altijd veel met sport bezig, maar na mijn studie is dat veranderd en ben ik niet meer echt heel sportief geweest. Ik wilde graag nog één keer superfit worden. Ik loop makkelijk en had hiervoor al aan diverse marathons meegedaan. Deze liep ik eigenlijk altijd al zonder veel moeite uit, meestal in een tijd van rond de 2 uur en 45 minuten. In een normale marathon zag ik dus geen uitdaging meer. Misschien in het verbeteren van mijn tijden, maar ik wilde niet alleen fysiek sterker worden,  ik wilde vooral ook mentaal mezelf uitdagen. Wat ik zocht moest bijdragen aan mijn ontwikkeling als mens, aan mijn persoonlijkheid. Dus ben ik op zoek gegaan naar iets moeilijkers, iets extremers. Toen ontdekte ik de marathon des Sables.

Wat is de Marathon des Sables precies?

De Marathon des Sables (Frans voor marathon van het zand) is een zesdaagse ultraloop van ongeveer 254 km, die sinds 1986 jaarlijks wordt gehouden in de woestijn van Marokko. De loop wordt beschouwd als de zwaarste voettocht ter wereld. Hij bestaat uit zes etappes, die in zeven dagen gelopen moeten worden. De langste etappe is rond de 80 km en de andere etappes zijn tussen de 20 en 45 km lang. Het parcours wordt elk jaar opnieuw bepaald. Iedere deelnemer is volledig selfsupporting en draagt zelf zijn of haar eigen rugzak met eten, drinken, slaapzak, etc.. Niemand heeft een telefoon of wifi tot zijn beschikking en de hoeveelheid voedsel dat je meeneemt voor 7 dagen bepaal je zelf aan het begin van de race. Alleen extra water en de tenten 's avonds worden door de organisatie geregeld. Overdag wordt een temperatuur van 40 graden of meer bereikt en 's nachts zakt het kwik tot 5 graden Celsius. Sinds 2007 zijn in totaal twee deelnemers omgekomen tijdens de race.

Dat is niet niks, hoe heb je jezelf hierop voorbereid?

De race was in april en ik ben op 1 september het jaar daarvoor begonnen met de daadwerkelijke voorbereiding. Ik trainde gemiddeld vier keer per week 2 tot 3 uur per keer. Hardlopen, fietsen, stairs en veel verschillende oefeningen, bijvoorbeeld extreem planken. Vanaf een bepaald moment ging ik dit alles doen met gewichten om mijn kracht op te trainen in verband met de bagage die je tijdens de race met je mee draagt. Per maand deed ik een vast aantal testen om te kijken waar ik fysiek stond.

Had je hulp hierbij? Begeleiding?

Alleen als het nodig was (para-)medisch, maar in principe heb ik alles zelf gepland en uitgevoerd.

Wat vond je het moeilijkste tijdens de voorbereiding?

Ik kan me nog een dag herinneren dat ik op het strand van Zandvoort aan het trainen was. Het was winter, 5 januari om precies te zijn, ik weet het nog heel goed. Het waaide ontzettend hard, ik denk dat het wel windkracht 8 en het was 5 graden. Toen heb ik echt een moment gedacht, waar ben ik mee bezig. Wat wil ik bewijzen. Maar over het algemeen wist ik heel goed waarom ik het deed en dat hielp me elke keer weer over dode momenten heen. Gek genoeg was de gedachte dat ik dit van niemand hoefde te doen en het alleen voor mezelf deed, de basis waarop ik het vol hield.

En toen kwam de race, hoe zag die eruit voor jou?

Ik ben op een donderdag vanaf Amsterdam naar Parijs gegaan met de trein en vloog op vrijdag met een door de organisatie gecharterde vlucht van Parijs naar Quarzazate, in het zuiden van Marokko. Daar stapten we in de bus en reden we nog vier uur zuidwaarts naar het eerste kamp waar we in de avond rond 23 uur aankwamen. Zaterdag was voor alle verplichte medische keuringen en materiaal checks.

De race begon op zondag en de eerste loop was 32 kilometer lang. Ik voelde me superfit en moest mezelf echt inhouden om niet teveel te geven. Ik wist immers dat ik al mijn krachten nog nodig zou hebben in de dagen die komen gingen. Zo'n eerste dag moet je gewoon heel erg letten op de balans tussen lopen en rennen. Veel mensen gaan daar de fout in. Omdat je als deelnemer niet zomaar aan zo'n evenement begint en iedereen dus extreem goed getraind is, valt uiteindelijk maar zo'n 3 procent van de deelnemers uit, maar dat zijn in veel gevallen mensen die in het begin teveel geven. Ook ik vond dat moeilijk, maar ik kwam in principe prima aan in het tweede kamp in de avond.

De tweede dag gingen we vol de woestijn in. De etappe was slechts 25 kilometer lang, maar daarvan bestond 12 kilometer alleen maar uit zandduinen met los zand. Dan is een rugzak met water en al je eten (want de eerste dagen heb je nog niet alles opgegeten dus is het extra zwaar) geen pretje. Over die 12 kilometer alleen al deed ik  drie uur.

Op de derde dag begon de pijn te komen. Je rugzak wordt dan weliswaar steeds minder zwaar, maar omdat je vermoeider raakt, merk je dat niet. Ik ben vooral op de derde dag heel voorzichtig omgegaan met mijn krachten. Vooral ook omdat je weet dat op de vierde dag verreweg de grootste afstand moet worden afgelegd.

De vierde dag moesten we 80 kilometer afleggen. Dat is de grote dag van het evenement. Ik heb deze dag alleen maar gewandeld en niet gerend. Ik begon om 8 uur 's ochtends en ik heb er 15 uur over gedaan. Ik kwam 's nachts om 2 uur binnen. Op zo'n dag is het vooral een mentaal spel, je moet niet teveel nadenken en gedisciplineerd blijven omgaan met je voeding en water.

Omdat het veld verspreid raakt tijdens de race, loop je grote stukken in je eentje midden in de woestijn. 's Avonds zakt de temperatuur snel en als je dan met je hoofdlamp op in het donker in de kou in je eentje midden in de woestijn loopt, dan gaat er wel het een en ander door je heen.

Even een vraag tussendoor, was je dan niet bang? Hoe zit het met de gevaren van de woestijn bijvoorbeeld?

Nee, bang ben ik eigenlijk niet geweest, maar je wordt wel langzaam gesloopt. Ik heb me daarom gefocust op het behalen van kleine doelen en die dan weer afstrepen. Je gaat bij wijze van spreken kilometer voor kilometer lopen. Met de gevaren van de woestijn viel het bij mij wel mee. Je moet zorgen dat je niet gaat uitrusten tussen de rotsen in verband met slangen bijvoorbeeld en de kampen worden wel bewaakt door militairen, maar zelf heb ik geen echt rare dingen meegemaakt.

De vijfde dag is gelukkig bestemd voor diegene die het niet redden om de 80 kilometer van de vierde dag in een dag uit te lopen. Je hebt in totaal voor die 80 kilometer namelijk maximaal 32 uur om binnen te komen. Dus als je binnen bent heb je de rest van de vijfde dag vrij om bij te komen. Op de zesde dag staat de laatste etappe op de planning en die is 42 kilometer lang (een marathon). Als je dan aankomt bij de finish is er een ceremonie en de zevende dag is er nog een benefiet run van 5 kilometer voor een goed doel. Daar doet iedereen uiteraard ook aan mee. Er heerst die laatste dag een prachtige sfeer. Iedereen is blij met het halen van de finish en de saamhorigheid is groot.

Wat vond je het zwaarste element van de race?

Er is niet echt één ding wat het zwaar maakt. Tijdens de totale race komen vooral veel kleine slechte dingen samen. Dat sloopt je langzaam maar zeker. Maar je moet door. De 6e dag had ik bijvoorbeeld problemen met mijn rechterenkel. Er lag gelukkig een fysiotherapeut in mijn tent en die heeft ernaar gekeken en verzekerde mij dat er niks echt kapot kon gaan omdat het in principe spierirritatie was. Dus ik wist dat ik door kon gaan, maar dat betekende wel 42 kilometer elke stap pijn en dat waren dus 60.000 stappen...

Wat heb je geleerd van dit alles?

Vooral dat het menselijk lichaam zoveel meer aan kan dan je denkt. Als je bijvoorbeeld een half uur gaat sporten, dan ben je de laatste 5-10 minuten moe en denk je, ik kan niet meer. Maar als je van tevoren weet dat je een uur gaat sporten, dan ben je pas na 50 minuten moe en denk je ik wil niet meer. Grenzen worden vooral bepaald in je hoofd. Daarnaast word je ook veel effectiever in je normale leven. Dat komt omdat je tijdens de voorbereiding alles goed moet plannen, alleen al qua tijd. Na het evenement blijf je zo denken en indelen, dus dat is prettig.

Ik bedank Florian voor zijn interessante verhaal en openhartigheid. Als ik vertrek na het interview loopt hij nog even met me mee de trap af naar de deur. We groeten en als ik weg loop kijk ik om en zie hem door de dichtvallende deur energiek terug de trap op sprinten. Met hem komt het wel goed en ik heb het idee dat de Marathon des Sables niet zijn laatste ultra event zal zijn. Hij is in ieder geval nog steeds even fit.